Geïnspireerd door de ideeën van Martijn Aslander kwam ik tot het inzicht dat onze zucht naar structuur juist complexiteit veroorzaakt en wat dit te maken heeft met hoe we informatie en kennis organiseren. Het begint altijd met de beste bedoelingen. Je project is groot, je hebt veel data en de chaos dreigt te winnen. Dus doe je wat elk weldenkend mens leert: je gaat structureren. Je tekent kolommen op een whiteboard en maakt mappen en kanalen aan in Teams. Kolom A, Kolom B, Kolom C. Lekker overzichtelijk. Hetzelfde doen we op bredere schaal door ook afdelingen op deze manier te organiseren.
De complexiteit is onder controle, denk je. Maar al snel blijkt het tegengestelde waar.
Informatie laat zich namelijk niet zo makkelijk opsluiten. Ergens halverwege de week ontstaat er een discussie: “Hoort dit document nu in kolom A of kolom B?” Er blijken gaten te vallen tussen de kolommen, of er ontstaan dubbelingen. Voor je het weet, ben je meer tijd kwijt aan het managen van de structuur dan aan het daadwerkelijke werk. Je hebt je eigen complexiteit gecreëerd.
De verborgen rekening: Interne transactiekosten
Waarom gaat dit zo vaak mis? Om dat te begrijpen, maak ik een uitstapje naar de organisatiesociologie, specifiek naar de transactiekostentheorie. Oorspronkelijk bedacht om te verklaren waarom bedrijven überhaupt bestaan, maar tegenwoordig ook zeer toepasbaar op onze digitale werkomgeving.
Zodra we kolommen of silo’s bouwen om informatie te ordenen, creëren we interne grenzen. En op die grenzen — de ‘naden’ van je kolommen — ontstaan frictie en kosten. In de sociologie verdelen we die op in drie categorieën:
| Type transactie-frictie | Wat er gebeurt aan de ‘naad’ |
| Zoekkosten | Je bent uren kwijt om informatie te vinden die “ergens” in de kolom van een andere afdeling of in een specifiek softwarepakket staat. |
| Afstemmingskosten | Eindeloze meetings en discussies over definities. Want wat voor kolom A ‘klaar’ betekent, is dat voor kolom B nog lang niet. |
| Controlekosten | Het bouwen van extra checklists, overdrachtsformulieren en autorisatierondes om te zorgen dat de informatie tussen de kolommen ‘oversteekt’. |
Het resultaat? Kolommen worden silo’s. De muren worden zo hoog dat we het zicht op het grotere geheel verliezen. We zijn druk met de logistiek binnen onze eigen kolom en van de (stik)naden, in plaats van met de inhoud.
Het breekijzer van Martijn Aslander: Netwerk-denken en informatieautonomie
Hoe doorbreek je deze zelfgemaakte bureaucratie? De antwoorden vinden we in de ideeën van Martijn Aslander (oa. in de beweging rondom Digitale Fitheid). Aslander schopt al jaren constructief tegen de heilige huisjes van de traditionele informatie-architectuur.
Zijn belangrijkste premisse? Informatie is vloeibaar. Het hoort niet thuis in één vast bakje of één rigide kolom. Informatie krijgt pas échte waarde als het kan stromen en verbindingen kan maken met andere informatie.
“We proberen de 21e-eeuwse informatiestroom te managen met 20e-eeuwse tools en een 19e-eeuwse mindset.”
— Martijn Aslander
Aslander pleit voor twee fundamentele verschuivingen om de complexiteit te versimpelen:
1. Van architectuur naar netwerken
Traditionele informatie-architectuur werkt als het bouwen van een huis: vooraf bedenk je waar de muren (de kolommen) komen. Aslander pleit voor networked thought. Door gebruik te maken van moderne tools (zoals Obsidian of Roam Research) sla je informatie niet op in een map, maar in een web (een ‘graph’). Je labelt informatie niet op wat het is, maar op waarmee het samenhangt. De computer legt onder de regie van de mens (human in the lead) de dwarsverbanden, waardoor de zoekkosten en afstemmingskosten aan de naden verdwijnen.
2. Professionele autonomie
In veel organisaties dwingt de IT-afdeling starre systemen af waar iedereen in móét werken. Aslander breekt een lans voor de autonomie van de kenniswerker. Jij bent de professional, dus jij moet de vrijheid hebben om je eigen digitale gereedschapskist in te richten. Als jij een netwerk-tool nodig hebt om jouw werk te kunnen doen, moet het systeem dat faciliteren, in plaats van je terug te duwen in de spreadsheet-kolommen van de vorige eeuw.
Tot slot
Het organiseren in kolommen is een reflex uit het papieren tijdperk. Toen moest een dossier wel in één fysieke la liggen. Maar in de digitale wereld van nu hoeft dat niet meer (note to self: veel van onze documenten zijn opgeslagen in onleesbare formaten (zoals pdf of doc), die alleen toegankelijk zijn met software, zie ook blog over Agentic AI, ook dit past bij de tijd van papier en printers).
Als je de complexiteit in je project of organisatie écht wilt verminderen, stop dan met het bouwen van strakke kolommen en muren. Richt je blik op de naden. Zorg dat informatie vloeibaar wordt, stimuleer dwarsverbanden en geef professionals de autonomie om netwerken te bouwen in plaats van silo’s. Pas dán breng je de transactiekosten omlaag en reduceer je de complexiteit. En dit maakt bovendien Agentic AI mogelijk (zie de blogs deel 1, 2 en 3).
Leave a Reply