We praten in het onderwijs veel over vernieuwing. We willen al jaren flexibeler onderwijs, we omarmen sinds 3 jaar AI en we werken hard aan een leven lang ontwikkelen. Veel van deze ontwikkelingen voelen echter voor mij niet als de echte onderwijstransitie. Al een tijdje spreek ik daarom over ‘de berg achter de berg’.
Het rapport Nulmeting transitiemonitoring, in opdracht van Npuls uitgevoerd door DRIFT en Risbo, bevestigt dit gevoel. Het maakt duidelijk waarom onderwijsvernieuwing zo taai is: we proberen vaak structurele problemen op te lossen met incidentele aanpassingen.
Het X-model: de logica van verandering
Om te begrijpen waarom dit zo werkt, gebruiken de onderzoekers van DRIFT een transitieperspectief. Essentieel hierbij is het ‘X-model’, dat vertrekt vanuit de idee dat een transitie een proces is van opbouw en afbouw. In dit model laat zien dat een transitie uit tien dynamieken bestaat die tegelijkertijd spelen. Voor de transitiemonitor voor het landelijke programma Npuls is gekozen voor een versimpelde versie die onderscheid maakt in vier patronen:
- Opbouw: Het nieuwe ontstaat (denk aan nieuwe leerplatformen of hybride onderwijsvormen).
- Institutionalisering: Het nieuwe wordt de norm (beleid, regels, financiering).
- Lock-in: De oude systemen die ons tegenhouden (vaste curricula, bekostigingsmodellen, bureaucratie).
- Afbouw: Het actief loslaten van het oude dat niet meer voldoet.
De valkuil is dat we heel goed zijn in ‘opbouw’. We voegen innovaties toe aan het bestaande systeem. Maar een echte transitie vraagt ook om afbouw. Zonder het oude écht los te laten, leggen we alleen een moderne laag over een verouderde basislogica.
De berg achter de berg: de praktijk
Ik zie dit patroon vaak terug in de praktijk. Neem bijvoorbeeld het DLWO-project (Digitale Leer- en Werkomgeving) waar ik een paar jaar geleden leiding aan gaf. We hebben daar mooie experimenten gedaan, innovatieve vormen van leren opgezet en waardevolle inzichten opgedaan. Het voelde als een overwinning.
Maar toen kwam de ‘berg achter de berg’: hoe zorgen we dat deze resultaten landen op de ‘mammoettanker’ die onze organisatie is? Hoe integreer je die wendbare experimenten in de logge systemen van beleid, roosters, bekostiging en bestaande ICT-architectuur? De ervaring leert dat de resultaten van een succesvol experiment vaak stuklopen op de hardnekkige structuren van het bestaande systeem. We ‘schuren’ wel, maar we veranderen de koers van de tanker nog niet. In de Strategie van de Kreeft podcast zegt Maartje Brans het mooi: je moet tijdens het experiment de rode loper alvast uitrollen voor de run, zodat de overdracht soepeler loopt.
Conclusie: Durven afbouwen
De transitie naar toekomstbestendig onderwijs is geen sprint naar de top, maar een proces van afscheid nemen van wat niet meer bijdraagt. Als we Npuls en de transitie echt willen laten slagen, moeten we stoppen met alleen de ‘opbouw’ te vieren. We moeten de moed hebben om de berg achter de berg te beklimmen. Dat betekent: niet alleen innoveren, maar ook durven afbouwen.
Wat is in jouw organisatie de berg waar je nu op staat, en wat is de ‘berg achter de berg’ die nog wacht?
Lees de volledige nulmeting hier.

Leave a Reply